Een patiënt als kritische vriend?

Een patiënt als kritische vriend?

Praktijkvoorbeeld |

Bethanië ggz zet de kritische vriend onder andere in als reflectiepartner in reflectieve processen op afdelingsniveau. Deze krijgt het mandaat om vanuit een waarderende, nieuwsgierige en constructief kritische houding mee te kijken naar het proces, de inhoud, de groepsdynamieken en mogelijke blinde vlekken. Rekening houdend met de randvoorwaarden kiezen afdelingen zelf hun kritische vriend. In de praktijk bleek die keuze niet vanzelfsprekend en maakte ze deel uit van een leerproces.

Zo rees bij de start van de tweede cyclus (2025-2027) de vraag of (ex-)patiënten of ervaringsdeskundigen ook kritische vrienden kunnen zijn. Gezien de randvoorwaarden is het duidelijk dat een patiënt die nog in opname is geen kritische vriend van de afdeling kan zijn. Zijn of haar inbreng is uiteraard bijzonder waardevol, maar wordt meegenomen binnen het patiëntenperspectief. De rol van kritische vriend vraagt immers voldoende afstand, een breed reflectievermogen, een duidelijk mandaat en ruimte om vrij te spreken. Bij ex-patiënten ligt dit genuanceerder. Zij kunnen, zeker vanuit ervaringskennis, een waardevolle kritische vriend zijn, maar dit vraagt zorgvuldige afstemming. Belangrijke vragen zijn onder meer hoe lang geleden de opname plaatsvond, of de persoon voldoende breed kan kijken, welke dynamieken er bestaan met het team, of er voldoende ruimte is om stem te krijgen en wat er gebeurt bij een heropname.

Deze vragen werden concreet in een reflectief proces rond het betrekken van de context. Eén van de afdelingen koos een ervaringsdeskundige als kritische vriend. Het proces verliep aanvankelijk goed: de kritische vriend bracht een waardevol perspectief binnen en hielp om bepaalde ‘vanzelfsprekendheden’ zichtbaar te maken. Voor de afdeling hun reflectiecyclus kon afronden werd de betrokken persoon echter opnieuw opgenomen op de afdeling. Daardoor veranderde diens positie fundamenteel: de kritische vriend stond niet langer op afstand, maar werd opnieuw patiënt binnen dezelfde context.

Dat moment maakte duidelijk dat werken met kritische vrienden voortdurende dialoog en afstemming vraagt. Continueer je het proces tijdelijk zonder kritische vriend, zoek je iemand anders ter vervanging of zet je het proces on hold tot na ontslag? Op deze vragen bestaat geen standaardantwoord. Ze vragen telkens een contextgevoelige afweging, minstens samen met de afdeling en de kritische vriend, en indien gewenst ook met het team kwaliteit of andere ondersteunende actoren. In deze situatie koos de patiënt ervoor om de rol van kritische vriend niet opnieuw op te nemen na ontslag. De afdeling continueert gestaag het proces en gaat op zoek naar nieuwe een kritische vriend.

Een mogelijke piste is om bij de start van het proces te kiezen voor een duo van kritische vrienden. Zo kunnen verschillende perspectieven gecombineerd worden, bijvoorbeeld ervaringskennis en procesmatige of inhoudelijke expertise. Bovendien biedt een duo meer continuïteit wanneer één van beide tijdelijk niet beschikbaar is of wanneer de rolpositie wijzigt. Bethanië ggz is hierin nog zoekende. Net dat zoeken is betekenisvol: het toont dat de kritische vriend geen vaststaand model is, maar een concept dat uitnodigt om samen te blijven leren over participatie, afstand, veiligheid, mandaat en meerstemmigheid.