Dit is een praktijkvoorbeeld uit UPC Duffel.
Wanneer een ingrijpend incident plaats vindt, vraagt dit aandacht, zorg en scherpe analyse. Dat is zeker zo wanneer een patiënt onverwacht overlijdt. In een psychiatrisch ziekenhuis is dit helaas deel van de realiteit. Het overlijden van een patiënt die onder je zorgen valt, heeft niet alleen een grote impact op de nabestaanden maar ook op de afdeling. De eerste dagen en weken moet de tijd en energie dan ook gaan naar rouw, naar de familie, elkaar en de medepatiënten.
Zodra er de nodige mentale ruimte is, zitten we rond de tafel. De interne zorgverleners die de patiënt het beste kenden, de cel Kwaliteit als facilitator van het gesprek én een inhoudelijke kritische vriend. Bij deze analyses is de kritische vriend een psycholoog die niet op de afdeling werkt, die van de afdeling een mandaat krijgt om mee te komen spreken over wat gebeurd is en wat er nog moet gebeuren.
Het overlijden van een patiënt raakt elke keer. De balans tussen ‘kritische’ en ‘vriend’ is bij deze besprekingen des te crucialer. Dat vraagt een grote maturiteit en professionaliteit van de kritische vrienden. De cel Kwaliteit neemt de rol als facilitator op. De psycholoog focust zich op de inhoud en het teamproces, stelt mee vragen en daagt het team uit om goed te kijken naar het zorgproces dat vooraf ging en het herstelproces dat nog lopende is. We merken dat de rolverdeling tussen de cel kwaliteit en de psycholoog hierbij helpt. Ook de teams en de kritische vrienden hebben deze methodiek positief geëvalueerd. Dit is sinds 2026 standaardpraktijk bij zeer ernstige incidenten. De uitwerking blijft wel steeds in overleg met de betrokken afdeling (timing, kritische vriend, betrokken teamgenoten …).
Ook bij incidenten met minder ernstige gevolgen, voegen we regelmatig een kritische vriend toe met de nodige expertise om een team te ondersteunen in de analyse en om nieuwe ideeën aan te brengen.